Pinot Noir

Pinot Noir

Pinot Noir (Frans), ook wel Spätburgunder (Duits), is een blauw druivenras met een compacte tros en druiven met een dunne schil. Het is daarom over het algemeen een druif die moeilijk te cultiveren is, want ze is gevoelig voor rot en schimmelziekten. De oorsprong van de Pinot Noir ligt in de Côte de Nuits in de Bourgogne, waar hij al tweeduizend jaar wordt verbouwd. 

De druif rijpt tamelijk vroeg, met name in warme klimaten. De druif groeit het liefst op kalksteen, al dan niet vermengd met ijzerhoudende klei. In de Ahr en de Rheingau (Duitsland) doen ze het ook goed op een leisteenbodem.

Rode wijnen van Pinot Noir hebben een lichte, robijnrode kleur met zeer aantrekkelijke geur. Ook kenmerkend is de fijne smaak van rood fruit die de wijn vanaf zijn jeugd al zeer toegankelijk maakt. Ondanks die zachtheid en soepelheid kunnen de betere Pinot Noirs een lange flesrijping ondergaan.